|
Je schrijft een groot verslag bij een langere proef of als je meerdere proeven in één verslag moet zetten.
Dezelfde regels gelden als bij een kort verslag, met een paar aanvullingen.
Het groot verslag is ook een stap dichterbij het profielwerkstuk. Dit is namelijk niks anders dan een GROOT groot verslag. Met een (moeilijker?) uitgebreider experiment en meer theorie. Ook krijg je bij een "gewoon groot verslag" het onderwerp meestal aangewezen, bij een profielwerkstuk bedenk je je eigen onderwerp. Maar verder schrijf je natuurlijk nog steeds een verslag over een experiment. Het kan dus geen kwaad om alvast eens een kijkje te nemen in de instructie voor het profielwerkstuk.
Het correctiemodel voor een groot verslag lijkt ook op dat van een kort verslag, maar er zal vaker variatie in zitten afhankelijk van de moeilijkheid van de proef (meer punten voor resultaten en discussie) of de moeilijkheid van de theorie (meer punten voor theorie).
Hieronder is uitgelegd hoe een groot verslag er uit moet zien.
Titelpagina - voorblad!
Titel van het onderzoek: nummer + titel van het experiment
Naam of namen van de onderzoekers + Klas
Vak
Docent
Datum van het onderzoek
Eventueel leuk (toepasselijk) plaatje
Inhoudsopgave
Omdat een groot verslag meer pagina's bevat dan een kort verslag, nummer je de pagina's. Denk eraan dat de eerste pagina met tekst (=inhoudsopgave) pagina nummer 1 krijgt.
Ook geef je de onderdelen hoofdstuknummers en gebruik je eventueel paragrafen.
Deze verdeling van hoofdstukken over de pagina's neem je natuurlijk op in een inhoudsopgave.
Hoofdstuk 1 - Inleiding ( Wat heb je bedacht? )
| onderdeel |
uitleg |
voorbeeld |
Aanleiding |
Waarom heb je dit experiment gedaan?
Bij een groot verslag gebruik je een aanleiding uit het dagelijks leven of een artikel uit de krant |
Rond de kersttijd is één van de meest verkochte cadeaus een lekker geurtje. Vrijwel iedereen weet dan ook hoe lastig het is om voor iemand anders een luchtje uit te zoeken. Bij iedereen zal de geur immers net wat verschillen. In de drogisterijen wordt dit vaak gewijd aan het verschil in zuurgraad van de huid. |
| Vraagstelling of Doel van het onderzoek |
|
In ons onderzoek zullen wij dan ook nagaan of het verschil in geur van een parfum inderdaad afhankelijk is van de pH-waarde van de huid. |
| Beschrijf in één zin je onderzoek |
Hoe? |
Wij zullen dit gaan onderzoeken door ... |
| Kort stukje theorie |
wat weet je al? |
De huid is een complex orgaan dat van persoon tot persoon verschilt op diverse vlakken. Zo verschilt niet alleen de zuurgraad, maar ook hoe vet een huid is en de eigen geur van de huid. |
Hypothese
(alleen als je die kan opstellen!) |
Wat denk je dat er gaat gebeuren? |
Onze hypothese luidt dan ook dat de pH-waarde van de huid wel invloed zal hebben op de geur van parfum, maar dat er geen direct verband te ontdekken zal zijn wanneer alleen de invloed van de zuurgraad van de huid op de geur van parfum wordt onderzocht. |
| Vertel wat je gaat vertellen |
Omdat het verslag groter is, neem je de lezer "mee" |
In hoofdstuk 2 zal ik verder ingaan op de theorie van oplossen. Achtereenvolgens zal hierin besproken worden wat polaire en apolaire stoffen zijn en wanneer een zout goed oplost.
In hoofdstuk 3 zullen twee experimenten worden beschreven. Eerst zal het experiment worden beschreven waarin de oplosbaarheid van verschillende stoffen in water wordt onderzocht bij T=298 K. In het tweede experiment dat wordt beschreven wordt de oplosbaarheid van de stof saccharose als functie van de temperatuur onderzocht.
In hoofdstuk 4 zal de eindconclusie van beide experimenten gegeven worden waarna in hoofdstuk 5 de discussie volgt van beide experimenten samen. |
Hoofdstuk 2 - Theorie
Leg hierin duidelijk in paragrafen de theorie over jouw onderwerp uit. Bedenk hierbij vooraf goed wie je doelgroep is en wat je wil vertellen. Begin elke paragraaf met een korte inleiding waaróm je dit stuk theorie uitlegt. Leg hierbij ook een link met het voorafgaande.
In de vorige paragraaf is uitgelegd wat polaire en apolaire stoffen zijn. Maar wanneer lossen deze stoffen nou op in water? Om dit beter te begrijpen moeten we eerst dieper ingaan op het begrip "waterstofbrug"...
Hoofdstuk 3 - Experiment(en) (Wat heb je gedaan? )
Dit onderwerp ziet er per experiment hetzelfde uit als in een kort verslag: inleiding, experiment, resultaten, conclusie (van dit experiment!) en discussie. Voor de theorie kun je natuurlijk naar Hst. 2 verwijzen.
Eventueel kun je kiezen om de opstelling in een bijlage te zetten. Ook grove tussenresultaten (zoals een tabel met de oplosbaarheid van suiker tegen de temperatuur). De grafiek die uit deze tabel ontstaat zet je dan in de resultaten.
Vergeet niet om deze resultaten ook te beschrijven: vertel wát je in die tabel of grafiek ziet!
Denk eraan dat alle tabellen, grafieken en figuren nummers hebben en een bijschrift. Hiernaar verwijs je in de tekst. In de tekst worden deze figuren ed toegelicht
In figuur 1.1 is de oplosbaarheid van suiker als functie van de temperatuur uitgezet
Hoofdstuk 4 - Conclusie
Als je meerdere proeven hebt gedaan, herhaal je hier de conclusies die je bij de losse experimenten hebt getrokken.
Heb je maar één proef gedaan, dan is de "kort verslag" conclusie ook deze (aub niet 2x opschrijven!)
Je gaat hier een "totaal" conclusie trekken: je vergelijkt de conclusies van de losse experimenten en trekt hieruit één grote conclusie die antwoord geeft op je hoofdvraag.
Hoofdstuk 5 - Discussie
Kloppen de resultaten en conclusies van jullie afzonderlijke experimenten met elkaar? Kloppen ze met de theorie? Wat ging er over het algemeen goed of minder goed? Zou je het experiment de volgende keer anders doen (en hoe?)? Welk vervolg experiment zou je willen doen? Waarom? etc. (!!)
Let op: de conclusie en discussie zijn het allerbelangrijkste van een experiment. Je kan een fantastische proef hebben gedaan, als je er niet over kan nadenken is het jammer. Andersom kun je uit een mislukt experiment ontzettend veel afleiden en er vaak nog meer van leren.
BIJLAGE 1 - Logboek
wie heeft wat wanneer hoe gedaan? Hoe ging dat?
Vergeet vooral de opmerkingen niet: daarmee laat je zien dat je kan nadenken!
tabel:
Datum |
Tijd |
Plaats |
Wie |
Activiteiten + Resultaten |
Opmerkingen |
BIJLAGE 2 - literatuurlijst
ALLE informatie uit je inleiding, theorie, experiment etc die je niet helemaal zelf hebt bedacht komt ergens anders vandaan. Waar dit vandaan komt staat in je literatuurlijst. Gebruik je kennis die je hebt opgedaan bij de lessen Nederlands hiervoor of kijk bij de instructie voor het profielwerkstuk.
BIJLAGE 3 - grove resultaten
uitgebreide (excel) tabellen, grafieken zonder interpretatie, een labjournaal met waarnemingen etc. Denk eraan dat iemand niet zomaar de bijlagen leest. Verwijs hier dus naar in je tekst!
BIJLAGE 4 - antwoorden op opgaven
Indien van toepassing:
Vragen uit het boek of vragen gesteld door de docent of toa.
Let op: de meeste vragen die bij de proef worden gesteld staan in dienst van het experiment en worden dus in je verslag al beantwoord (vaak bij theorie, discussie of resultaten!)
Je hoeft ze dan niet nog een keer in een aparte bijlage te herhalen, al mag dat wel.
....
|